Standpunt Landelijk Vlaanderen inzake het nieuwe natuurbeleid

Standpunt inzake het nieuwe natuurbeleid, met vraag naar een consequente uitvoering ervan.

27 oktober 2015

 

Recent werd door natuurverenigingen een petitie overhandigd aan Minister Schauvliege met de vraag het nieuwe natuurbeleid radicaal om te gooien. In dit nieuwe beleid wordt er duidelijk gestreefd naar een meer open karakter van het natuurbeheer en de hegemonie van de natuurverenigingen enigszins afgezwakt tot een aanvaardbare verhouding tot de particuliere eigenaars van natuur- en bosgebieden.

Vele particuliere eigenaars hebben de natuur over de generaties heen bewaard en met eigen middelen beheerd. De natuur die overgebleven was bij het invoeren van het vroegere natuurdecreet was meestal het gevolg van hun standvastigheid. Dergelijk beheer was voor de overheid goedkoop; de gronden waren aangewend voor natuurbeheer zonder aankoop.

Er bestond echter geen beleidsinstrument om die particulieren te betrekken bij het Vlaamse beleid, buiten de bossfeer. Zij waren nochtans honderdduizenden, zelf op het terrein actief bezig met beheer maar versnipperd en dus zwak tegenover verenigingen van vrijwilligers en sympathisanten gesubsidieerd om zich te organiseren. Natuurbeheer was beschouwd als een exclusiviteit van deze ’natuursector‘ en de overheid.

Dat er nu actie gevoerd wordt voor het concentreren van de schaarse natuurbudgetten naar de met overheidsgeld aangekochte gronden is te verwachten. De petitie probeert de publieke opinie naar een kant te halen. Landelijk Vlaanderen wil de aangeleverde informatie nuanceren of rechtzetten en in een breder kader met eigen accenten plaatsen.

Zowel Landelijk Vlaanderen als de natuurverenigingen stellen dat Vlaanderen nood heeft aan ‘robuuste natuurkernen’ die voldoende groot zijn om zichzelf in stand te houden en als leefgebied voor bedreigde soorten te dienen.

In het verleden kochten natuurverenigingen grote maar ook kleine snippers land aan. Dit gebeurde echter zonder kader of algemene visie maar wel met overheidsgeld; op die subsidies konden particuliere beheerders in de praktijk niet rekenen.

Deze gronden werden daarna door de Vlaamse natuuradministratie vrij automatisch erkend als reservaat. Een recht van voorkoop werd opgelegd aan derden op alle groene percelen in de buurt die de natuurvereniging zelf bepaalde maar er was geen richtlijn of criteria of overleg hiervoor. Zo kon rond slechts een halve hectare reservaat een uitbreidingszone van honderden hectare aan niets vermoedende buren worden opgelegd. Met het feit dat die buren zelf natuurdoelen hadden op hun gronden werd geen rekening gehouden.

De discrepantie in ondersteuning van de ’natuursector‘ versus particulieren werd in het decreet weggewerkt: er werd erkend dat particulieren ook natuur kunnen beheren en de focus gelegd op prioriteiten. Landelijk Vlaanderen vindt dat vele bezwaren van Natuurpunt onterecht zijn:

  • Iedereen kan nu bijdragen aan het natuurbeheer en krijgt dezelfde vergoedingen, voor dezelfde realisatie. Terreinen van particulieren – die samen over veel grotere oppervlaktes beschikken – kunnen zo in het systeem komen. Er komt dus meer natuur.
  • Natuurverenigingen kunnen perfect nieuwe natuurgebieden blijven aanleggen. Het is opmerkelijk dat ondanks de vermindering van alle Vlaamse budgetten, de aankoopbudgetten voor hen overeind blijven, al moeten ze prioritair ingeschakeld worden voor de prioritaire doelen, doch niet exclusief.
  • Voor de bestaande erkende reservaten zijn de nieuwe subsidies van toepassing. Er zal logischerwijze een evaluatie van al de snippers gebeuren in het licht van de nieuwe criteria en de ‘focus reservaat’ zal gelegd worden op wat effectief is.
  • De gronden die geen reservaat blijven, zullen dan nog in het beheersysteem kunnen blijven via de beheerplannen type 2 en 3, juist zoals de gronden van de andere beheerders en met identieke kwaliteit als een reservaat en quasi dezelfde subsidies. Dergelijk beheer kan trouwens ook gelden voor soorten en niet-prioritaire natuurdoeltypes. De ‘natuur in de buurt’ geleverd door verenigingen en particulieren blijft, zelfs als het geen reservaatstatuut meer zou hebben.
  • Vanaf nu zal er ook een kwaliteitsborging zijn en een ernstige beheersevaluatie ingevoerd worden. Dit was al lang nodig als blijkt dat ondanks het dure natuurbeleid de staat van instandhouding van de Vlaamse natuur meestal ongunstig is gebleven.

Landelijk Vlaanderen ziet veel positieve punten in het nieuwe natuurbeleid maar vraagt wel een aantal verbeteringen die ook passen binnen dit nieuwe kader:

  • Wanneer overheden terreinen door derden laten beheren, moeten alle partijen die de nodige engagementen kunnen nemen, hun kans krijgen. Tot nu toe werden enkel natuurverenigingen hiervoor aangesproken. Het is de maatschappelijke verwachting dat de relaties met overheden open getrokken worden.
  • Door het nieuwe decreet is de Vlaamse focus van de bosgroepen verloren gegaan alsook hun bestaanszekerheid. De bosgroepen zijn nochtans de onontbeerlijke ondersteuning van bosbeheerders op het moment dat ze worden aangesproken om hun terreinen in te schakelen voor het natuurbeheer. Een Vlaams kader is nodig.
  • De minst waardevolle met overheidsgeld aangekochte terreinen zou men in een verkoop- of ruilprogramma kunnen brengen – zoals in Nederland – om het beheer van meer geschikte terreinen te financieren.

Het decreet moet coherente uitvoering krijgen in het budget met toereikende prikkels. Ondanks de goede wil en veel werk van de betrokken administraties wordt de lijn niet doorgetrokken naar het budget en de verdeling ervan. Vlaanderen moet nu de Europese Richtlijnen voor Natura 2000 uitvoeren op het terrein en consequent de financiële middelen koppelen aan die internationale verplichting of moet de ambitie bijsturen. Het is duidelijk dat het ontwerpbudget ontoereikend en niet goed verdeeld is.

Zo is te zien dat voor de komende jaren de private beheerders, naar ruwe schatting, een jaarlijks bijdrage van € 10 à 15 mln. voor de Vlaamse Europese verplichtingen moeten leveren; daar waar in Nederland de volledige inspanning wordt gedekt. De Europese verplichting is echter deze van Vlaanderen – niet van de private beheerders. Het is dus momenteel niet te verantwoorden dat de private beheerders zo zwaar moeten bijdragen. Dit komt door:

  • De ontoereikende dekking van de kosten voor beheer en inrichting van terreinen voor de Vlaamse doelen. Particulieren beheren veel grotere oppervlaktes dan de overheid of de natuurverenigingen, maar krijgen slechts een kleine fractie van zowel de natuurbudgetten, de Europese bos- en landbouwbudgetten als een minieme ondersteuning voor kennisverwerving.
  • De al dan niet verplichte financiële solidariteit die de terreinbeheerders zullen moeten bieden om de te hoge stikstofdeposities op hun gronden ’op te kuisen‘. Deze zijn afkomstig van de emissies uit bedrijfsexploitaties van anderen die dankzij dit herstelbeheer hun vergunningen kunnen behouden of zelfs ontwikkelingsruimte krijgen.
  • Het feit dat geen vergoeding is voorzien voor de aanwending van particuliere terreinen voor de Vlaamse natuurdoelen, daar waar de aankoopbudgetten wel goed voorzien zijn om diezelfde terreinen aan te kopen (zelfs om natuurverenigingen te subsidiëren om bossen te kopen) wat, buiten specifieke habitats, niet verantwoord is.

Dit gaat in tegen de gelijkheid voorzien in het decreet, tegen de budgettaire zuinigheid en is juridisch zeer bedenkelijk. Landelijk Vlaanderen vraagt dat er hieraan verholpen wordt.

De private partij wil zeer zeker de Vlaamse natuurdoelen helpen realiseren. Zij heeft daarom de intenties en afspraken met alle partijen, ook met de Vlaamse overheid, officieel medegetekend en proactief deelgenomen aan alle werkzaamheden in uitvoering ervan.

Maar als de prikkels ontoereikend zijn, als de kennis niet opgebouwd kan worden – o.a. door gebrek aan focus van de ondersteunende bosgroepen op de Vlaamse verplichting – en daardoor het resultaat onvoldoende is, mag men nadien niet verwijten dat de private partij ‘het niet aankan’ en pleiten voor bijkomende verplichtingen en onteigeningen. Hiermede zouden immers de afspraken en de positieve punten van het decreet uitgehold worden.

Voorzitter Philippe Casier en secretaris-generaal Christophe Lenaerts blijver ter uwer beschikking om deze standpunten verder te verduidelijken.

 

 

Philippe Casier                           Christophe Lenaerts

voorzitter                                     secretaris-generaal

Reageer