Besluit wijziging Pachtprijzencommissies

Voor alle geïnteresseerden is hier het besluit geplaatst

Op 3 juni 2016 keurde de Vlaamse Regering het besluit goed tot wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 11 september 1989 betreffende de pachtprijzencommissies.

 

VLAAMSE OVERHEID

3 JUNI 2016. – Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 11 september 1989 betreffende de pachtprijzencommissies

De Vlaamse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, artikel 1 en artikel 2, gewijzigd bij de wet van 7 november 1988;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 september 1989 betreffende de pachtprijzencommissies;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 maart 2016;
Gelet op advies 59.208/3 van de Raad van State, gegeven op 29 april 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 11 september 1989 betreffende de pachtprijzencommissies, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 oktober 1995, wordt vervangen door wat volgt:
“Artikel 1. In het Vlaamse Gewest wordt een pachtprijzencommissie ingesteld die per provincie en per landbouwstreek de coëfficiënten, vermeld in artikel 2 en 3 van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, vaststelt voor de berekening van de maximaal toegelaten pachtprijzen van de gronden en van de gebouwen.”.
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 1992, wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, hierna de minister te noemen, benoemt uit de personeelsleden van het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter.”.
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 oktober 1995 en 20 januari 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
” § 1. De minister benoemt vijf leden-pachters uit een lijst van tien door de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij voorgedragen kandidaten.
De minister benoemt vijf plaatsvervangende leden-pachters uit de lijst, vermeld in het eerste lid.
Bij gebreke aan de voordracht, vermeld in het eerste lid, binnen de door de minister bepaalde termijn, benoemt de minister de leden-pachters en plaatsvervangende leden-pachters, zonder deze voordracht.”;
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
” § 2. De minister benoemt vijf leden-grondeigenaars uit een lijst van tien gezamenlijk door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en Landelijk Vlaanderen vzw voorgedragen kandidaten.
De minister benoemt vijf plaatsvervangende leden-grondeigenaars uit de lijst, vermeld in het eerste lid.
Bij gebreke aan de voordracht, vermeld in het eerste lid, binnen de door de minister bepaalde termijn, benoemt de minister de leden-grondeigenaars en plaatsvervangende leden-grondeigenaars, zonder deze voordracht.”;
3° paragraaf 3 wordt opgeheven;
4° in paragraaf 4 wordt de zinsnede “, en wordt een nieuwe plaatsvervanger benoemd onder de kandidaten bedoeld in §§ 1 en 2, die niet werden benoemd” opgeheven.
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 4. Een personeelslid van het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij neemt het secretariaat waar.”.
Art. 5. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het woord “twee” telkens vervangen door het woord “drie”.
Art. 7. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend” opgeheven.
Art. 8. Artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 oktober 1995, wordt opgeheven.
Art. 9. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 11. De pachtprijzencommissie stelt de coëfficiënten, vermeld in artikel 2 en 3 van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, vast voor het einde van 2016 en voor het einde van elke daarop volgende termijn van drie jaar als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen.”.
Art. 10. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 12. Als de pachtprijzencommissie de coëfficiënten, vermeld in artikel 2 en 3 van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, heeft vastgesteld, worden die opgenomen in de notulen die door de voorzitter en de aanwezige leden worden ondertekend.”.
Art. 11. In artikel 13 van hetzelfde besluit wordt het woord “commissies” vervangen door het woord “commissie”.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 3 juni 2016.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGE

Reageer