Reactie op Groen: ‘Stel kloostertuinen, schooldomeinen en privébossen open voor iedereen’

Afgelopen week opperde Groen dat kloostertuinen, schooldomeinen en privébossen opengesteld moesten worden voor iedereen. Daarbij vraagt de politieke partij dat de Vlaamse regering een extra inspanning levert om meer natuurdomeinen open te stellen.

Leden van onze organisatie hebben inderdaad recent private wandelwegen tijdelijk geopend op hun domeinen. Dit om de druk op de open ruimte in Vlaanderen te verlichten in de periode van de COVID-19 crisis. Om een volkstoeloop te vermijden worden deze initiatieven slechts lokaal gepromoot. Enkel het domein van voorzitter Lenaerts in Malle werd onder de Vlaamse persaandacht gebracht om het initiatief in de verf te zetten.

Als organisatie steunen we dergelijke initiatieven onder de strikte conditie dat het de private eigenaar is die, zonder verdere verplichtingen, het initiatief hiertoe kan nemen. Uiteraard moeten ook alle geldende regels netjes gevolgd worden (afstand houden, honden aan de leiband, niet sluikstorten,…). 

Bron: https://www.knack.be/nieuws/belgie/groen-stel-kloostertuinen-schooldomeinen-en-privebossen-open-voor-iedereen/article-news-1591057.html

Landschapssubsidies

Aandachtspunten bij de opmaak van uw natuurbeheerplan

Financieringsmogelijkheden (her)bebossing en aanplant van bomen

Een overzicht van de financiële regelgeving

Auteur: Ute De Meyer, adviseur bosbeleid APB-NB
Bron: Natuur en Bos van de Vlaamse overheid; www.ikwilbebossen.be

(Her)bebossen kan in Vlaanderen op verschillende manieren. Daarbij dient de eigenaar rekening te houden met verschillende financiële aspecten die aan de (her)bebossing verbonden zijn. Naast fiscale voordelen voor bossen met een natuurbeheerplan, zoals o.a. erfenis-, schenkings- en verkoopbelasting en onroerende voorheffing, voorziet Natuur en Bos van de Vlaamse overheid ook subsidiemogelijkheden voor herbebossing, bebossing en aanplant van bomen. Dit artikel biedt een overzicht van de verschillende mogelijkheden en pistes wat betreft financiering.

Subsidie bebossing en herbebossing

Enkel natuurlijke personen, privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen (m.u.v. het Vlaams Gewest en de federale staat) kunnen gebruik maken van de herbebossings- en bebossingssubsidie. Hierbij dient de begunstigde de grond in eigendom te hebben of het zakelijk recht te hebben dat bebossing toestaat of een persoonlijk recht dat herbebossing toestaat. Ook Bosgroepen kunnen voor hun leden een (gezamenlijke) subsidieaanvraag indienen. Een subsidie voor bebossing en herbebossing kan aangevraagd worden voor de beplanting met inheemse boomsoorten.

In het geval van bebossing kan dit eventueel gecombineerd worden met populier. Naast de subsidie voor aanplant, voorziet men ook een eenmalige vergoeding voor wildbescherming. Deze subsidie bedraagt € 0,65 per rasterstuk en voor collectieve wildbescherming is dit 350 €/100m.

Voor een individuele wildbescherming bij een herbebossing is er een subsidie voorzien van € 0,45 per rasterstuk. Voor collectieve wildbescherming bij herbebossing is dit 235 €/100m raster. Collectieve wildbescherming wordt ook toegekend bij natuurlijke verjonging. Er is echter geen subsidie voor de door natuurlijke verjonging (her)beboste oppervlakte.

Verder is er nog de jaarlijkse projectoproep voor de aankoop van gronden voor bebossing, waarbij enkel nieuwe nog te bebossen gronden in aanmerking komen. De subsidie bedraagt 60% van de aankoopprijs met een maximumsubsidie van 3,5 €/m². Projecten die natuurdoelen realiseren krijgen voorrang op andere aankoopprojecten. Voor de inrichting en de bebossing kan onderstaande subsidieregeling gebruikt worden.

Voorwaarden (her)bebossing

Op het moment van de subsidieaanvraag voor bebossing en herbebossing, moet de eigenaar voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • De te (her)bebossen oppervlakte bedraagt minimaal 0,5 ha. De oppervlakte kan bestaan uit ruimtelijk gescheiden deeloppervlaktes van minimaal 0,1 ha wanneer deze binnen een straal van 1 km van elkaar liggen. Belangrijk is dat deze minimumoppervlakte van 0,5 ha (enkel bij bebossing) verlaagd kan worden tot 0,25 ha als de bebossing aansluit bij bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling.
  • De (her)bebossing gebeurt met inheemse soorten. Enkel in het geval van bebossing kan uitheemse populier, zoals opgenomen in het aanplantplan van de goedgekeurde aanvraag, gecombineerd worden met inheemse soorten. Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn.
  • De (her)bebossing bestaat uit minimaal 2 boom- of struiksoorten, en vanaf 1 ha uit minimaal 3 soorten, die elk minimaal 10% van het plantaantal innemen.
  • Beschikken over de wettelijk vereiste vergunningen en adviezen voor de (her)bebossing. De (her)bebossing bovendien mag niet als maatregel tot herstel door de rechtbank bevolen zijn.
  • De (her)bebossing dient in overeenstemming te zijn met de kapmachtiging, het beheerplan, het natuurrichtplan en/of het managementplan Natura 2000.
  • Het mag geen compenserende bebossing betreffen.
  • Om gebruik te kunnen maken van de bebossingsubsidies, moet de aanvrager beschikken over een gunstig advies betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving. Dit advies dient te worden aangevraagd bij het Departement Landbouw en Visserij wanneer in een periode van 5 jaar vóór de aanvraag van de subsidie, de pacht van de percelen in kwestie door de verpachter is stopgezet of als een procedure tot stopzetting is ingezet.

Verder gaat de aanvrager ook een aantal engagementen aan bij de aanvraag (= verbintenisvoorwaarden aanplanting):

  • De (her)bebossing moet worden uitgevoerd zoals beschreven in de goedgekeurde aanvraag.
  • Het plantgoed moet voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal. Natuur en bos kan een andere herkomst vaststellen in afwijking hiervan, dit betreft het geval waarin het om eigen opgekweekt plantsoen gaat dat nooit in de handel geweest is.
  • De nodige beheerwerken voor het in stand houden van de (her)bebossing moeten uitgevoerd worden.
  • De (her)bebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van niet-inheemse soorten, met uitzondering van populier voor zover en zoals die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen wat betreft bebossing, is niet toegestaan. De natuurlijke verjonging van niet-inheemse soorten mag max. 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage.
  • Uiterlijk 4 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de 1ste schijf moet men een goedgekeurd natuurbeheerplan hebben.
  • Op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 50, 81, 90bis, 96 of 97, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  • De aanplant mag gedurende 25 jaar na de indiening van de aanvraag voor de 1ste schijf niet ontbost worden.
  • De wildbescherming wordt aangebracht op de wijze zoals vermeld in de goedgekeurde aanvraag.
  • De collectieve wildbescherming moet gedurende 7 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf worden behouden en onderhouden.

Klik hier voor meer informatie over herbebossingbebossing en aankoop gronden voor bebossing.

Boscompensatie

Naast de bovenvermelde financiële mogelijkheden, kan een ontbosser ook kiezen voor ‘boscompensatie’. Als iemand in Vlaanderen bomen kapt om bijvoorbeeld de grond te verkavelen, moet de ontbosser een omgevingsvergunning aanvragen. Om de gekapte bomen te compenseren, kan de ontbosser kiezen uit 3 mogelijkheden om aan de boscompensatievoorwaarden te voldoen, maar een combinatie is ook mogelijk:

  1. een bosbehoudsbijdrage betalen (ook wel financiële boscompensatie);
  2. zelf een compenserende bebossing uitvoeren (boscompensatie in natura);
  3. een compenserende bebossing uitvoeren via een derde die zich daarvoor garant stelt (boscompensatie in natura door een derde, www.boscompenseren.be).

De eerste optie, namelijk bosbehoudsbijdrage bedraagt 3,62 €/m2 ontbossing en wordt jaarlijks geïndexeerd. Belangrijk is dat er rekening gehouden moet worden met de compensatiefactor die afhangt van het soort bos dat gekapt wordt. Deze factor bedraagt:

  • 1 voor niet-inheems loofbos en/of naaldbos → 3,62 €/m²
  • 1,5 voor een gemengd bos → 5,43€/m²
  • 2 voor een inheems loofbos → 7,24 €/m²
  • 3 voor alle habitatwaardige bossen (ongeacht hun ligging) → 10,86 €/m²

Alternatief kan de compensatie in natura worden uitgevoerd waarbij de ontbossing zelf gecompenseerd wordt door ergens anders nieuw bos aan te planten of dit te laten uitvoeren door een derde. Belangrijk is dat de compenserende bebossing minstens 25 jaar in stand gehouden moet worden en dat het perceel waarop het nieuwe bos aangeplant wordt, bij de indiening van de aanvraag nog niet bebost is. Natuur en Bos heeft een marktplaats ontwikkeld waar ontbossers en grondeigenaars (=bebossers) met elkaar in contact kunnen komen, namelijk www.boscompenseren.be. Op deze website zie je welke gronden ter beschikking zijn en hoeveel de aanbieder vraagt om deze te bebossen. Meestal schommelt dit rond de 3 €/m².

Via het ‘Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw’ van 26 april 2019 of ook wel Verzameldecreet genoemd, is een hiaat in de wetgeving weggewerkt. Vanaf nu is een melding voldoende voor de rooiing van bomen op gronden die zich bevinden in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied om terug een agrarische functie in te vullen en dit binnen de 22 jaar na aanplant. Er werd een bepaling ingevoerd bij dewelke eenmaal de bomen gerooid deze gronden gedurende 20 jaar niet gebruikt kunnen worden voor een compenserende bebossing. Indien het ontboste landbouwperceel na 20 jaar nog eens bebost wordt, is er opnieuw een mogelijkheid tot gebruik van boscompensatie voorzien.

Door het beter omschrijven van de vroegere bepaling wil men de soepele overgang van landbouw naar bos en terug naar landbouw mogelijk maken, maar een ongewenst gebruik van het compensatieprincipe uit artikel 90bis van het Bosdecreet vermijden waarbij bomen werden gerooid met die melding om onmiddellijk terug aangeplant te worden met een compensatievergoeding.

Klik hier voor meer informatie over boscompensatie.

Grondwaardeverlies

Op 28 juni 2019 keurde de Vlaamse overheid het ‘Besluit van de Vlaamse Regering houdende subsidiëring van grondwaardeverlies bij bebossing, ondersteund door de inkomsten van de bosbehoudsbijdrage in geval van ontbossing’ goed. Door dit nieuwe besluit zullen eigenaars en beheerders van gronden die deze wensen te bebossen een forfaitaire tegemoetkoming voor het verlies van hun grondwaarde kunnen krijgen. De subsidie bedraagt 1/3e van de bosbehoudsbijdrage (3,62 €/m2), met een max. van 11.150 €/ha.

Zowel private eigenaars en beheerders (natuurlijke persoon), overheden (m.u.v. de federale staat of het Vlaams Gewest) alsook privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen gebruik maken van deze subsidie. Om in aanmerking te komen voor de subsidie grondwaardeverlies, gelden er specifieke voorwaarden (Art. 3). Hier worden er enkele opgesomd die van belang zijn voor private eigenaren en beheerders:

  • De grond is eigendom van de aanvrager of de aanvrager heeft er een zakelijk recht op dat bebossing toestaat. De grond is niet verpacht tenzij de pachter de aanvrager is en de verpachter schriftelijk toestemming geeft voor de bebossing;
  • De grond is bij de aanvraag geen bos (volgens de definitie van het Bosdecreet) of staat in een beheerplan niet aangegeven als grond die bebost zal worden;
  • De grond bestaat uit een minimale aaneengesloten oppervlakte van 0,5 ha of 0,25 ha als de bebossing aansluit bij een al bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling;
  • De grond niet aangewend wordt voor een bebossing in natura ter compensatie van een ontbossing;
  • De te bebossen grond moet gelegen zijn op percelen die zich bevinden in
    • een speciale beschermingszone op voorwaarde dat de voorgestelde bebossing bijdraagt aan de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen
    • of volgende ruimtelijk bestemmingen, m.u.v. gronden in landbouwgebruik gelegen in herbevestigd agrarisch gebied,: bestemming groengebied, natuurontwikkelingsgebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidings- gebied, agrarisch gebied in de ruime zin, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen of de met al deze gebieden vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;
  • voor de grond is er geen eenvoudige melding voor de rooiing van houtachtige gewassen of spontane bebossing gedaan;
  • op de gronden zijn geen natuurwaarden aanwezig die onverenigbaar zijn met de bebossing;
  • de bebossing is geen uitvoering van een verplichting op basis van een gerechtelijk bevel, een contractuele verplichting en niet strijdig met de geldende wetgeving;
  • De voorgenomen bebossing wordt uitgevoerd met inheemse soorten opgenomen in de lijst en moet bestaan uit min. 2 boom- of struiksoorten, en vanaf 1 ha min. 3 soorten, die elk min. 10% van het plantaantal innemen;
  • De aanplant wordt uitgevoerd zoals in de goedgekeurde aanvraag beschreven;
  • Er mag gedurende 25 jaar niet ontbost worden waarbij het aandeel van soorten die niet opgenomen zijn in de lijst met inheemse soorten maximaal 10% mag bedragen.

Gronden waarvoor reeds een aankoopsubsidie werd verkregen met het oog op de erkenning als natuurreservaat of voor de aankoop van gronden voor bebossing (BVR 27 juni 2003, BVR 14 juli 2017), komen niet meer in aanmerking voor de subsidie. Ook gronden die opgenomen zijn in een natuurbeheerplan als te bebossen grond komen niet in aanmerking. Daarnaast is de subsidie wel cumuleerbeer met bebossingssubsidies, mits de gezamenlijke subsidies niet meer bedragen dan de totale en aangetoonde of realistisch geraamde kostprijs van het waardeverlies van de grond. Belangrijk is dat hoewel de subsidie compatibel is met de subsidie voor bebossing, er niet geplant mag worden met populier gecombineerd met inheemse soorten.

Inkomens- en onderhoudssubsidie

In de Europese wetgeving valt bosbouw (voor de economische functie van bos) onder het landbouwbeleid. Niet onlogisch daar bos (houtproductie) ook een opbrengst van een plant levert, zij het op een veel langere termijn. In de Vlaamse afgeleide van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), bestaat onder de tweede pijler (plattelandsontwikkelingsbeleid), het Programmadocument voor Plattelandsontwikkeling III (PDPO), waarin een (zeer klein) luik steunmaatregelen voor bos voorzien zijn. Men kan er aanplantsubsidies verkrijgen voor herbebossing, voor aanleg van bos en bijhorend onderhoud- en inkomenscompensatie, alsook subsidies voor boslandbouwsystemen. De inkomens- en onderhoudssubsidie is ook uitsluitend voor actieve landbouwers met een minimale gezamenlijke oppervlakte van 2 ha.

 

Naast de reguliere subsidies voor aanplanting en wildbescherming voor bebossing en herbebossing, kan een landbouwer/eigenaar ook beroep doen op extra steunmaatregelen. Zo kan een ‘actieve landbouwer’ gedurende de eerste 12 jaar een onderhoudssubsidie voor bebossingen ontvangen. De eerste 5 jaar bedraagt de subsidie 185 €/ha, daarna wordt dit verlaagd naar 75 €/ha. Tot slot kunnen landbouwers een inkomstencompensatie krijgen voor het verlies van inkomsten bij de omzetting van landbouwgrond naar bos. Zoals bij bebossing moet ook hier de aanvrager beschikken over een gunstig advies betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving (zie voorwaarde bij bebossing).

Klik hier voor meer informatie.

Agroforestry

Bij boslandbouwsysteem – ook wel agroforestry genoemd – wordt in eenzelfde perceel een landbouwteelt gecombineerd met het aanplanten van bomen. Dit is geen vorm van ‘bebossen’. Deze teeltcombinatie biedt verschillende ecologiche en economische meerwaarden. Voor de aanplant van de bomen kunnen gebruikers/landbouwers, mits toestemming van de eigenaar, een eenmalige aanplantsubsidie krijgen die tot 80 % van de kosten dekt. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet het boslandbouwperceel voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder gelegen zijn in het Vlaams Gewest en een oppervlakte van minimaal 0,5 ha hebben. De aanvraag dient te gebeuren bij het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse Overheid.
Klik hier voor meer informatie.

Alternatieven

Tot slot zijn er naast de traditionele subsidies voor (her)bebossing, een aantal alternatieve financieringmogelijkheden beschikbaar. Zo kan men als private boseigenaar gebruik maken van projectsubsidies bij de Koninklijke Bosbouwmaatschappij (KBBM) of Bos+. Belangrijk is dat een combinatie van aankoopsubsidies voor te bebossen gronden en bebossingssubsidies mogelijk is, maar andere combinaties niet.

 

Tabel: Overzicht subsidies bebossing en herbebossing

Gewestplanbestemming Bebossing Herbebossing
Kosten beplanting
+ Aanbevolen herkomsten
 

n.v.t.

3500 €/ha
+ Aandeel plantgoed van aanbevolen herkomst x (aantal ha x € 250)
3000 €/ha
+ aandeel plantgoed van aanbevolen herkomst x (aantal ha x €250)
Individuele wildbescherming n.v.t. 0,65 €/apart beschermingsstuk 0,45 €/apart beschermingsstuk
Collectieve wildbescherming n.v.t. 350 €/100m raster 235 €/100m raster
Onderhoudssubsidie
(12 jaar, landbouwers)
Percelen in landbouwgebruik (ongeacht de bestemming op het gewestplan) 185 €/ha/jaar voor eerste 5 jaar, daarna 75 €/ha/jaar (max. 12 jaar lang)
Inkomenscompensatie
(12 jaar, landbouwers)
Percelen in landbouwgebruik (ongeacht de bestemming op het gewestplan) 800 €/ha/jaar (max. 12 jaar lang)
Aankoopsubsidie gronden voor bebossing –  Bos

–  Overig groen

–  Reservaat en natuur

–  Of opgenomen in voorontwerp RUP met principeakkoord voor die bestemmingen

–  SBZ

60% van aankoopprijs met maximumsubsidie van 3,5 €/m2

Via aankoopakte

 

Leveringsdocumenten van het plantgoed

Boslandbouw/Agroforestry (landbouwer) Percelen in landbouwgebruik Tot max. 80% van de aanplantkosten (excl. btw)
Boscompensatie –    Groengebied, natuurontwikkelingsgebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidingsgebied, agrarisch gebied in de ruime zin, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen of in een zone die vergelijkbaar is met al die gebieden, zoals die zijn aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen.

–   Niet in woon-of industriegebied

Bosbehoudsbijdrage: min. 3,62 €/m2

Bebossing ‘in natura’: afhankelijk van de markt

Grondwaardeverlies –    een speciale beschermingszone op voorwaarde dat de voorgestelde bebossing bijdraagt aan de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen

–    of volgende ruimtelijk bestemmingen, m.u.v. gronden in landbouwgebruik gelegen in herbevestigd agrarisch gebied,: bestemming groengebied, natuurontwikkelingsgebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidings- gebied, agrarisch gebied in de ruime zin, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen of de met al deze gebieden vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;

Max. 11.150 €/ha

 

Heb je na het lezen van dit artikel interesse gekregen om te bebossen en zoek je ondersteuning hiervoor? Of denk je een andere zinvolle bijdrage te kunnen doen aan dit project? Neem dan snel contact op via www.ikwilbebossen.be.

 

Editie 82

Maart – april – mei // 2019

Editie 82 – inhoud:

  • Uit de wetstraat
  • Save the Date: Algemene Ledenvergadering Landelijk Vlaanderen 2019
  • 9 Vlaamse private natuureigenaars krijgen Europese erkenning
  • Interview met Sonja Vanblaere
  • Politiek Memorandum
  • Uitbetaling subsidies (her)bebossing
  • Landgoed in de kijker
  • Een blik op de houtmarkt
  • De adviesraden van uw gemeente
  • Bestemmingsneutraliteit: straks windmolens in bos en natuur?
  • Fijnsparbossen in crisis
  • Nieuwsflash
  • Soort in de kijker
  • Gemiddelde prijzenlijst van hout op stam
  • The poetry of the bee
  • Landelijk Vlaanderen, thuis op het platteland

Aandachtspunten bij de opmaak van uw natuurbeheerplan

Auteur: Valérie Vandenabeele, Sr. Project Manager Natura 2000 & Policy Officer, Aanspreekpunt Privaat Beheer – Natuur en Bos & Hubertus Vereniging Vlaanderen

De eerste verkenningsnota’s voor natuurbeheerplannen en geïntegreerde beheerplannen (met combinatie erfgoed) zijn intussen opgemaakt en steeds meer private eigenaars vinden hun weg naar onze kantoren met vragen rond hun nieuwe natuurbeheerplan. Deze eerste ‘praktijk’ ervaringen leren ons wat nog niet helemaal duidelijk is en waar eigenaars aandachtig moeten voor zijn. We trachten hierbij enkele vaak gestelde vragen te beantwoorden.

Samenwerken met ANB of Natuurpunt

Steeds vaker worden private eigenaars benaderd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) of door Natuurpunt met de vraag een gezamenlijk natuurbeheerplan op te stellen. Het voordeel is dat de private eigenaar zich niet veel hoeft aan te trekken van de opmaak van het natuurbeheerplan. Het nadeel is dat eigenaars zich overdonderd voelen door het verschil in ervaring en kennisniveau van hun partner. Privé-eigenaars krijgen de positieve aspecten te horen, maar ANB en Natuurpunt wijzen hun niet op de mogelijkheden en nadelen om in het natuurbeheerplan te stappen.

Vanuit het APB-NB trachten wij daarom alvast met ANB te kijken hoe private eigenaars beter geïnformeerd kunnen worden. Wie lid is van Landelijk Vlaanderen of een bosgroep, kan natuurlijk steeds daar terecht voor ondersteuning.

Het is belangrijk dat de private eigenaar die in een gezamenlijk beheerplan met een overheid of Natuurpunt stapt beseft dat zijn partner een andere motivatie heeft om samen in een natuurbeheerplan te stappen. Men wil zo snel mogelijk zoveel mogelijk natuur realiseren, men wil aantonen dat partnerschappen mogelijk zijn, men wil type 4’s creëren voor het aankopen van meer gronden enz. Hoewel er op zich geen probleem is met deze doelstellingen, komen ze niet altijd overeen met de initiële incentives voor private eigenaars. Het gevaar is bijgevolg dat men weliswaar hetzelfde doel voor ogen heeft, maar de weg er naartoe voor de meeste private eigenaars met andere accenten wordt ingevuld in vergelijking met de overheid of terreinbeherende vereniging.

Bosgroepen initiëren trouwens ook beheerplannen in hun werkingsgebied en dit verloopt beter wantbosgroepen zijn juist daar om private beheerders te helpen en de doelstellingen zijn er veel coherenter en multifunctioneler.

Belangrijk is dat de opmaak van een beheerplan vrijwillig is en de beheerder, zelfs in samenwerking,‘baas’ blijft van zijn plan. Hij mag dus geen blanco check geven en kan zijn beheersvisie opstellen voor zijn gronden (wel met open geest in het kader van samenwerking).

We gaan in de volgende hoofdstukken dieper in op enkele aandachtspunten.

U kunt ook subsidies krijgen voor aankoop

Een van de opvallendste stappen naar een gelijkberechtiging voor private natuureigenaars is het feit dat de aankoopsubsidies nu ook toegankelijk zijn voor private eigenaars. Dit is een interessant instrument voor bv. eigendommen die versnipperd werden voor onverdeeldheid. Vroeger hadden natuurverenigingen een exclusief voorbehoud op deze subsidies. Vandaag kunt u als eigenaar de stukken van uw broer, zus, buur… aankopen met aankoopsubsidies. Vb. voor een perceel van € 35.000 kunt u zo een subsidie van € 24.000 krijgen. U hoeft dan nog maar € 11.000 uit uw eigen vermogen of via andere sponsoring bij te leggen.

Opgelet: om een aankoopsubsidie te verkrijgen dient men reeds een goedgekeurd natuurbeheerplan te hebben met type 4 natuur. En de grond die men dan wil aankopen mag nog niet in een natuurbeheerplan type 2, 3 of 4 opgenomen zijn! Hier dient u dus wel rekening mee te houden als u met uw broer, zus of buur een natuurbeheerplan opmaakt, met het oog op het bekomen van aankoopsubsidies!

Neem ik mijn landbouwgronden op in een natuurbeheerplan?

Financieel gezien is dit wellicht niet de beste keuze.

Wanneer men op landbouwgronden habitats of biotopen wil inrichten, kan men hier evengoed subsidies voor krijgen. In de feiten betekent dit evenwel een waardedaling van de grond, want die natuur mag dan niet meer weg. In Nederland is voor deze situaties een instrument planschade uitgewerkt, bij ons niet. Om toch gebruikte kunnen maken van een planschaderegeling moet eerst een  bestemmingswijziging gerealiseerd worden (via bv. een ruimtelijk uitvoeringsplan). Dan kan het instrument planschade wel gebruikt worden.

Ook kan men door een landbouwgrond in een natuurbeheerplan op te nemen diverse landbouwsubsidies mislopen, die niet gecumuleerd mogen worden. Het kan daarom interessanter zijnde landbouwgrond niet formeel op te nemen in het natuurbeheerplan voor het bekomen van natuursubsidies, maar voor de landbouwgrond landbouwsubsidies voor vergroening aan te vragen, bv. beheerovereenkomsten zoals aangeboden door de Vlaamse Land Maatschappij (VLM).

Combinatie erfgoed

Heeft u daarentegen een beschermd erfgoed (vastgelegd bij ministerieel besluit), dan kan men subsidies cumuleren, maar nooit meer dan 100%. Daartoe wordt een geïntegreerd beheerplan opgemaakt. In de praktijk kiest u tussen de procedure van ANB of AOE (Agentschap Onroerend Erfgoed) voor de opmaak; waarna een formulier wordt toegevoegd die voor het andere agentschap verduidelijkt welk deel van het geïntegreerd beheerplan met welk hoofdstuk uit de procedure of regels van het andere agentschap overeen komen.

Minimale oppervlakte

Hoewel sommige eigenaars verkiezen om alleen een natuurbeheerplan op te maken, zijn anderen misschien genoodzaakt om dit in samenwerking te doen. Weet dat per type habitat men over een minimale hoeveelheid oppervlakte moet beschikken, om een natuurbeheerplan type 2 of hoger voor te stellen.

Voor een beheerplan met uitsluitend bos, dient men minstens over 10 ha bos te beschikken. Voor struwelen, soortenrijke permanente graslanden, heiden, hoogveen, slikken,schorren, strand en duinen dient men min. 5 ha in te richten. Voor stilstaand water, moeras, halfnatuurlijke graslanden, ruigten en pioniervegetatie heeft men met 0,5 ha habitat voldoende.

Wanneer meerdere types gecombineerd worden, volstaat het voor een van deze habitats de minimale oppervlakte te halen. Dus een habitatwaardig bos van 3 ha met een habitatwaardige vijver (complex) van 0,5 ha is voldoende om een beheerplan type 2 of hoger op te maken.

Minimale toegankelijkheid

De oude regeling voor bosbeheerplannen voorzag een principiële toegankelijkheid voor voetgangers op alle boswegen, indien de eigenaar geen specifiek verbodsbord plaatste. De nieuwe regelgeving versoepelt dit naar een minimale toegankelijkheid. Het terrein mag niet absoluut afgesloten worden en de eigenaar kan kiezen voor een zekere toegankelijkheid onder zijn controle. Dit kan zijn dat men minstens een keer per jaar een deel van het gebied dient open te stellen voor een groep mensen.Men kan zich dus beperken tot een keer per jaar een geleide wandeling te organiseren of ergens een wandellus afbakenen. Deze toegankelijkheid wordt opgenomen in het beheerplan.

Jacht verboden in type 4?

Het oude natuurdecreet vermeldde een passage die het doden van dieren, net als het plukken van planten, verbood in reservaten (nu type 4). Men moest daarop vervolgens expliciet een afwijking aanvragen om jacht toe te laten.

In het nieuwe natuurdecreet is dit opgelost in de criteria geïntegreerd natuurbeheer, die de oude criteria duurzaam bosbeheer vervangen. In het luik van de economische activiteiten van het beheerplan dient louter de jacht (als vermarktbaar natuurproduct) vermeld te worden. Hetzelfde geldt voor visvangst, vruchten plukken of rapen enz.

Omzetting bosbeheerplan naar natuurbeheerplan

Door de wetswijziging van 9 mei 2014 zullen de oude bosbeheerplannen omgezet moeten worden naar natuurbeheerplannen. Het ANB voorziet daartoe een evaluatie. Beheerders zullen een brief krijgen met melding wat gewijzigd dient te worden. Een recente wetswijziging voorziet daarbij de mogelijkheid om het beheerplan aan te passen en opnieuw te laten lopen voor 24 jaar. Let daarbij op, want het is financieel interessanter om het beheerplan te laten aflopen en een nieuwe beheerplan op te stellen. Voor een ‘nieuw beheerplan’ krijgt men immers zowel de subsidies opstellen beheerplan als de subsidies oppervlakte natuurstreefbeeld. Om een beheerplan ‘aan te passen’ krijgt men enkel de subsidie oppervlaktenatuurstreefbeeld.

Voor- en nadelen natuurbeheerplan

Er zijn verschillende redenen om te overwegen in een natuurbeheerplan te stappen. Veel hangt af van de persoonlijke omstandigheden en wensen.

Grosso modo heeft de opmaak van een natuurbeheerplan het voordeel dat men subsidies kan bekomen voor natuurbeheer. Vergunningsplichtige activiteiten, opgenomen in het natuurbeheerplan,zoals kapmachtigingen of reliëfwijzigingen, moeten niet langer aangevraagd worden. Dit leidt tot een administratieve vereenvoudiging voor de beheerder.Daarenboven is er ook een fiscale regeling voor schenkings- en successierechten.

De voornaamste nadelen draaien wellicht rond privacy en stand still. Het beheerplan dient te worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, wat iedereen inzage geeft in het beheer. Anderzijds is men gebonden aan een stand still, wat wil zeggen dat op papier duidelijk beschreven staat wat de natuurwaarde is. Deze mag naar de toekomst niet vernietigd worden. Maar dit laatste is ook geldig wanneer men geen beheerplan heeft.

Het grote voordeel blijft dat dergelijk plan je als beheerder aanmoedigt om na te denken over jouw beheer, over jouw doelstellingen en die van jouw nakomelingen. Bij het initiëren van het plan komt men misschien in contact met tot nu toe ongekende buren en kan men gebiedsafspraken maken en zijn omgeving beter kennen. Men wordt ook erkend door de gemeente die het privaat beheer beter begrijpt en waardeert. Men maakt ook kennis met de bosgroep en zijn mogelijke diensten en met de mensen van ANB met wie nuttig dialoog kan gehouden worden. Zo is de drempelvrees overheid/beheerder vlug overwonnen en waarom niet met een pint in de hand…